 |
|
|
|
De
kunst van de Oudheid I
Mesopotamië, Egypte en Griekenland
|
| |
|
Het oude Griekenland vormt vaak het uitgangspunt voor de
geschiedenis van de Westerse kunst. In deze cursus wordt ook
uitgebreid aandacht besteed aan de culturen van het oude Egypte
en Mesopotamië, die op hun beurt een voedingsbodem schiepen
voor de Griekse wereld.
Als rode draad loopt door de cursus de zeer nauwe samenhang
die er in de oude wereld bestond tussen beeldende kunst en
architectuur enerzijds en heersende opvattingen over macht,
visies op leven en dood en religie anderzijds.
|
|

|
|
 |
Mesopotamië,
tweestromenland tussen Eufraat en Tigris (3500 – 330 v.Chr.)
kunst in dienst van Goden en militaire overwinningen.
- De ontwikkeling van het spijkerschrift in Soemer; Ziggoerat
(torentempel) en de koningsgraven te Ur; paleisburcht van de Assyrische
koning Sargon II; Babylon: paleis en de hangende tuinen, de Ishtarpoort.
- de Wetzuil van koning Hammurabi en de overwinningsstèle van
koning Naramsin; reliëfs met vechtlustige Assyriërs.
|
 |
Egypte, het geschenk van de Nijl (3100 – 30 v.Chr.) Kunst
in dienst van goden, farao’s en doden.
- Pyramides te Sakkara, Gizeh (sfinx); graftempel van koningin
Hatsjepsoet; rotstempel van Ramses II (met grote ingangstempelbeelden)
te Aboe Simbel; de Godentempels in Luxor en Karnak; koningsbeelden:
Achnaton en Nefertete; mummiekisten en het masker van Toetanchamon.
- Reliëf en fresco schilderingen en schatten aan kunstnijverheid
in de graven.
|

|
De Minoïsche beschaving op Kreta (2050 – 1450 v. Chr.)
een vreedzame eilandbeschaving van machtige zeevaarders.
- Het paleis te Knossos van koning Minos: kleurrijk(!), met cypreshouten
zuilen, een rijkdom aan comfort, lichtvoetige naturalistische
fresco’s vol flora en fauna
|

|
De Myceense beschaving (1600 – 1100 v.Chr.) cultuuruitingen
van een strijdlustig volk.
- Stoere paleisburcht te Mycene met zijn Leeuwenpoort; koepelgraven:
de schatkamer van Atreus en het gouden dodenmasker van “Agamemnon”
|

|
De Grieken (800 – 30 v.Chr) de mens spiegelt zich aan
de goden én wordt de maat van alle dingen.
- Bouwkunst: funktioneel en harmonieus in de Dorische (Parthenon,
Athene), Ionische (Erechteum, Athene) en de Korinthische orde
(de tempel van Zeus Olympus, Athene); het theater te Epidaurus.
- Beeldhouwkunst: de menselijke figuur op de voorgrond,
uitgedrukt in brons en steen (gekleurd!), vrijstaand en aan reliëfs,
goden én mensen voorstellend, naakt en gekleed. We zien de ontwikkeling
van star en stijf (archaïsch) naar streng beweeglijk (vroeg klassiek),
van idealisering (klassiek) naar dramatisch naturalisme (Hellenistisch).
- Vaasschilderkunst (zwart en roodfigurig): de mythologie
leeft op deze keramiekdecoraties!
|
|
|
|
|
|
 |